Home-deco is een kaarsen webwinkel met een groot aantal modellen kaarsen in zeer veel verschillende kleuren en maten. De kaarsen zijn van de beste Europese (Deense) kwaliteit en branden zonder te walmen/spetteren gelijkmatig op, de kaarsen hebben een zeer lange brandduur. Alle rustieke kaarsen zijn in de massa gekleurd (de kaarsen zijn door en door gekleurd), het grootste gedeelte van de kaarsen wordt met de hand gegoten.
- Kaarsen niet branden in de buurt van andere warmtebronnen
- Tussen kaarsen minimaal 10cm afstand bewaren
- Brandende kaarsen niet op de tocht plaatsen
- Brandende kaarsen niet verplaatsen
- Houdt brandende kaarsen uit de buurt van huisdieren en kinderen
- Kaarsen loodrecht plaatsen
- Kaarsen niet brandend onbeheerd achterlaten
- Kaarsen breder dan 7cm de eerste keer lang laten branden om een gat in het midden te voorkomen (tunnelvorming), laat de kaarsen branden tot ongeveer 1cm van de rand
- Kaarsen breder dan 10cm moeten met enige regelmaat bijgesneden worden. Dit is nodig omdat de vlam zo’n 2,5m cm hoog is en de warmte hiervan beperkt
- Stomp- en bolkaarsen niet langer dan 4 uur laten branden
- Indien kaarsen inbranden een stukje van de rand afsnijden
- Plaats kaarsen nooit in de volle zon
Over de historie van kaarsen is niet veel bekend. Er wordt gezegd dat kaarsen voor het eerst werden gemaakt door de oude Egyptenaren. Ze maakten kaarsen (fakkels) door een stuk riet weken, en te gebruiken als kern met daaromheen gesmolten dierlijk vet (talg). Ze hadden geen lont/pit zoals echte kaarsen.
In de Romeinse tijd werd voor het eerst een lont gebruikt in een kaars, ook deze kaarsen bestonden uit talg (niervet van runderen en schapen). De kaarsen werden gebruikt om hulp te bieden aan reizigers en ter verlichting van woningen. Het nadeel van deze talg kaarsen was dat de kaarsen een onaangename, scherpe geur verspreidden en erg walmden tijdens het branden. Een ander nadeel van deze kaarsen was dat de lont van tijd tot tijd moest worden bijgeknipt (gesnoten), ook waren de kaarsen door hun grondstoffen vrij zacht.
In de middeleeuwen werden voor het eerst kaarsen gemaakt van bijenwas. Bijenwas kaarsen worden gemaakt van een stof die door bijen tijdens het maken van honingraad wordt afgescheiden. Bijenwas kaarsen waren aan aanzienlijke verbetering ten opzichte van de talg kaarsen omdat ze geen rokerige vlam, en geen geur verspreidden tijdens het branden. Bijenwas kaarsen branden zuiver en schoon maar hebben een nadeel. Kaarsen van bijenwas zijn erg duur, en waren uitsluitend bestemd voor de adel. De normale mens moest het doen met de talg/vet kaarsen.
In de 9e eeuw werden kaarsen gebruikt voor het meten van tijd, waarvoor men meerdere kaarsen van dezelfde lengte gebruikte. Op de kaarsen werden symbolen gezet met een onderling gelijke afstand, waarbij de afstand was ontstaan door een op basis van ervaring verkregen tijdsperiode. Deze kaarsen branden regelmatig genoeg om gebruikt te worden als klok. (Er worden nog wel tijdkaarsen gemaakt, kaarsen met papier op de zijkant waar de tijd op staat aangegeven. Vaak staat deze tijd aangegevn op papier, waardoor deze dit als “lont” gaat fungeren waardoor de tijd niet meer klopt).
Aan het einde van de middeleeuwen liet Lodewijk de Veertiende kaarsfestijnen organiseren, hier draaide alles om kaarsen en het licht van de kaarsen. De kaarsen mochten nooit voor een tweede maal worden aangestoken, de restanten waren voor de hofdames.
Een grote verandering op het gebied van kaarsen ontstond in de 18e eeuw. Door de groei van de walvisvaart werd potvisolie in grote hoeveelheden beschikbaar. Kaarsen gemaakt van potvisolie hadden (net als bijenwas kaarsen) geen onaangename geur tijdens het branden, ook hadden deze kaarsen als voordeel dat ze makkelijker te vervaardigen waren doordat ze het vet niet hoefden te verzachten. Waarschijnlijk zijn hier de eerste “standaard kaarsen” ontstaan. In de 19e eeuw (1834) werd door Joseph Morgan der eerste machine ontwikkelde die continue productie van kaarsen mogelijk maakte. (Door gebruik te maken van een cilinder met beweegbare zuiger die de kaarsen uitwierp als ze gestold waren).
In 1850 werden de eerste kaarsen van paraffine gemaakt, paraffine is een blauw/witte stof die overblijft na het verwerken van olie en steenkool. Paraffine kaarsen bleken schoon en geurloos te branden. De kosten van paraffine, bleken veel lager te liggen dan alle voorgaande grondstoffen. Het nadeel van paraffine was het lage smeltpunt, dit kon een bedreiging zijn voor de populariteit.
Gedurende deze periode werd door een franse chemicus (Chevreul) het onttrekken van stearinezuur uit dierlijke vetten uitvonden. Stearinezuur is hard en duurzaam en heeft een hoger smeltpunt, dit leidde tot een grote productie van paraffine kaarsen waaraan stearinezuur was toegevoegd. De populariteit duurde tot het einde van de 19e eeuw. In 1879 werd de gloeilamp geïntroduceerd wat leidde tot een daling van populariteit van kaarsen.
Rond 1950 ontstond hernieuwde interesse in kaarsen omdat de (Amerikaanse) olie- en vleesverwerkende industrie explosief groeide. Door deze groei ontstond er een toename van bijproducten, paraffine en stearinezuur die zoals bekend de basis vormen voor kaarsen.
De interesse in kaarsen bleef gelijk tot ongeveer 1980, toen kaarsen werden gezien als decoratie object, als stemmingssetter en als geschenk. (Voor deze tijd werden kaarsen alleen gezien als lichtbron). Vanaf 1990 ontstond er een enorme stijging in de vraag naar kaarsen omdat deze voor het eerste werden aangeboden in diverse vormen, diverse kleuren en diverse maten.
Tegenwoordig worden kaarsen van soja- en palmwax aangeboden. Deze wax in zachter dan paraffine en heeft een over het algemeen aan langere brandduur.
De populariteit van kaarsen is gebleven omdat kaarsen worden geassocieerd met viering, romantiek ( gezelligheid, sfeer), en plechtigheid. Daarnaast worden kaarsen gezien als een product wat uitermate geschikt is ter decoratie.